home

1. Leidtouw te kort en te strak aan het paard

Een leidtouw gebruiken we om ons paard te leiden. En leiden is begeleiden, niet trekken.
De meeste touwen die gebruikt worden om een paard van a naar b te leiden is een halstertouw.
De halstertouwen die in de meeste fysieke ruitershops en online webshops verkocht worden zijn halstertouwen van ongeveer 2m lang.
Eigenlijk zijn die touwen aanbindtouwen, om je paard ergens aan te binden, maar zijn ze niet geschikt om je paard te leiden.

En dus zeker niet bij het trailerladen!

Niet doen

Met een kort leidtouw beperk je de bewegingsvrijheid van je paard. Een paard is een vluchtdier, dat weet je al. Dat betekent dat wanneer een paard schrikt, het paard plaats moet hebben om te kunnen vluchten. Niet op jou springen, maar ook niet te ver weg natuurlijk. Een paard dat schrikt moét zijn voeten bewegen, door sterkte toename van adrenaline, kan hij gewoon niet anders dan te bewegen. Het is niet “hij wilt niet stilstaan”, maar het is dan “hij kan gewoon niet stil staan”. Paarden moeten dus kunnen bewegen rond je heen. En dat kan niet met een halsterouw tussen jou en je paard.

Een kort leidtouw zorgt er, helaas vaak onbedoeld, voor dat de begeleider van het paard, ook nog eens het paard te kort bij de hals neemt.
Veel beleiders nemen het paard zelfs aan het leidtouw net onder de kin vast.
Paarden gebruiken hun hals om hun evenwicht te bewaren, ze laten hun hoofd zakken om de ondergrond waarop ze lopen te onderzoeken, ze laten hun hoofd zakken om iets in de verte te bestuderen.

Het paardenoog kan zijn focus niet variëren van een voorwerp dichtbij naar een voorwerp veraf. Het paard kan alleen focussen door zijn hoofd omhoog of omlaag te bewegen. (Mary, 2000, p. 10) Om te kunnen zien waar zij hun voeten neerzetten moeten zij dus hun hoofd naar beneden brengen.

"Paarden gebruiken hun hals op dezelfde manier zoals wij onze armen gebruiken bij het corrigeren van ons evenwicht.

Stel, je loopt over de stoeprand, om te voorkomen dat je omvalt, zul je al snel met je armen op en neer bewegen. Val je naar links, dan breng je je linkerarm iets omhoog en je rechterarm recht opzij. Val je dus naar rechts dan breng je juist je rechterarm omhoog en je linkerarm opzij. Zie het meisje op de evenwichtsbalk.

Paarden doen dit op precies dezelfde manier. Valt het paard met zijn gewicht naar de binnenschouder, dan zal hij zijn hals iets naar buiten en omhoog houden. Valt het paard juist over de buitenschouder, dan brengt hij zijn hals naar binnen en iets omhoog. “

Bron: klassiekedressuur.com

Het hoofd en de hals van het paard moeten dus vrij, naar keuze van het paard, kunnen bewegen.
Paarden reageren vrij fel op een beperking van die bewegingsvrijheid, maar vaak wordt dat niet eens opgemerkt door de begeleider.
Het paard dat jou wilt vertellen dat het meer ruimte nodig heeft (het is niet eens een kwestie van “willen”) begint met het hoofd te schudden en aan het touw te trekken. Er zijn verschillende reacties van de begeleider mogelijk: de ene begeleider snapt de hint van het paard en laat het leidtouw vieren, de andere begeleider neemt het paard nog korter uit schrik dat hij de controle over het paard aan het verliezen is en nog een andere begeleider zal de hints niet eens opmerken en negeren.

Zolang het paard niet de bewegingsruimte krijgt die hij nodig heeft zal hij blijven ‘hints’ geven. Dit gedrag is dus niet “mijn paard gedraagt zich niet” maar wel “mijn paard gedraagt zich naar hoe de natuur het voorzien heeft”.

Behalve voor de bewegingsvrijheid en je eigen veiligheid heeft een kort leidtouw nog een beperking: je loopt zowieso in een verkeerde leidpositie!

Met een halstertouw van 2m of minder kan je niet anders dan naast je paard lopen. Let maar eens op: waar is de neus van je paard als je je paard leidt met een kort halstertouw? Door naast je paard te lopen, en zelfs ietwat schuinachter doordat zijn of haar neus voorbij jouw schouder komt, bevind je jezelf op dat moment in de “veulen positie”. Door die positie in te nemen geeft je, vanuit de natuurlijke leidposities van het paard, een duidelijk maar verkeerd signaal aan je paard: neem jij maar de leiding.

Met een lang leidtouw kan je het uiteinde van het leidtouw ook nog gebruiken als drijvende hulp. Een drijvende hulp onstaat altijd achter het paard en niet op de achterhand van het paard. De drijvende hulp kan een ondersteuning bieden bij paarden die de drijvende hulp echt ook interpreteren als een hulp, en niet als dreigement. De grens tussen “is het een aanwijzing” of een “dreigement” is echter heel dun! Wij adviseren dit tijdens het trailerladen niet, tenzij je weet wat je doet, dat je kennis ter zake hebt over het effect van drijven bij je paard. Liever niet dan wel drijven bij trailerladen! Bovendien: het kan zijn dat je paard wel gewend is en getraind werd met drijfoefeningen maar dat bij de aanwezige stress bij het trailerladen, de drijfoefeningen en heel ander verhaal kent. Thuis, op de weide, oefenen met drijven is niet hetzelfde als op een moment dat je paard geladen moet worden.

Wel doen

Een eenvoudig antwoord: een leidtouw aanschaffen van minstens 3m, en liever 4m.

Alles wat een paard met een kort leidtouw niet kan doen kan hij wel met een lang leidtouw:

zijn hoofd en hals bewegen (evenwicht behouden en herstellen)

ter plaatste rondom jou bewegen (terwijl jij blijft staan!)

de grond onder zijn voeten inspecteren / onderzoeken

de afstand naar de trailer beter inschatten

zich beter focussen op de laadklep

de hoogte van de laadklep beter inschatten

achter je aanlopen zodat jij de leidende positie neemt


Niet te strak

het spreekt voor zich dat wanneer je overtuigd bent van de noodzaak van een lang leidtouw, dat je ook het leidtouw niet strak aanneemt.

Als je dat toch doet dan begeef je je toch in de situatie van het te korte halstertouw.