home

Natuurlijke hindernissen

Er zijn een aantal zaken waarmee je rekening moet houden als je een paard wilt vervoeren.
Er zijn een aantal natuurlijke hindernissen die verhinderen dat het paard zomaar in de trailer gaat.

Paarden zijn vluchtdieren en dat weet iedereen. Maar niet iedereen denkt er aan als het op trailerladen aankomt.

Paarden die in een situatie zitten waarin ze angst ontwikkelen reageren vaak hetzelfde. De reactie op stress kan je in een aantal fases omschrijven maar niet ieder paard doet even lang over zo'n stressfase. Sommige paarden gaan vrij snel naar een latere fase en doorlopen de eerste fases slechts heel kort en slaan ze gewoon over. Omdat ze het zo aangeleerd hebben. Ze hebben geleerd dat de eerste fase(s) hen niet helpt om van de stress af te geraken en gaan meteen over naar de volgende fase, dié fase waar ze zeker van zijn dat ze de narigheid kwijt geraken.

In de eerste plaats gaan paarden reageren op angst met onrust. We zien die onrust in hun lichaamstaal-en houding. Ze kunnen niet meer stil staan, hoofd hoog in de lucht, neusgaten wijd open, staart zwiept heen en weer, ogen wijd open, ... In die fase kan je je paard nog beïnvloeden door gerust te stellen; maar let op dat je de onrust niet bevestigt. Wat je dus niet moet gaan doen is tijdens deze fase je paard geruststellen door hem te aaien of voedselbeloning te geven in de hoop dat hij het "enge" even vergeet en je hem de aandacht kan afleiden. Werkt niet én bovendien beloon je fout ongewenst gedrag. Je wilt dat het paard weer ontspant dus je beloont hem pas als de ontspanning terug is niet daarvoor of tijdens de onrust!

Een volgende fase die we bij paarden zien die stress opbouwen, na de onrust in de lichaamshouding, is de vluchtreactie. Paarden willen weg van de onaangename situatie, want ze zijn bang. In de eerste fase zijn ze niet van de stress afgekomen dus reageren ze nu feller. Ze willen weg, weg het onheil dus ze willen rennen. Het hoeft niet altijd meteen rennen te zijn, even achterwaarts de trailer weer afstappen is ook een vluchtreactie op angst.

In deze fase kunnen we als mens nog tussenkomen maar als de vluchtreactie té fel aanwezig is (meestal omdat dit proces van onrust, gevolgd door vluchten en de volgende fases die ik nog bespreek, genegeerd worden door de mens) mag je niet meer reageren op deze actie. Elke actie zorgt voor een reactie, en als de angst bij je paard te erg aanwezig is, zal het paard overgaan naar de volgende actie.

Verzet. Het paard zal zich verzetten tegen de situatie en iedereen die hem in deze situatie houdt. Als jij als trailerlader een paard wilt laden die onrustig wordt, je het gedrag negeert, vervolgens ook nog eens verhindert dat het paard even afstand kan nemen (vlucht), dan zal het paard zich hiertegen verzetten. Hij zal zich proberen lostrekken. Hij zal naar links proberen lopen, maar daar staat begeleider 1 aan de kant van de laadklep en verhindert dat het paard naar daar uitwijkt (uitbreekt). Het paard zal langs de andere kant proberen vluchten maar daar staat ook iemand. Het paard probeert vervolgens achteruit te lopen paar nog een andere begeleider houdt hem tegen. Sommige mensen hebben allerlei truukjes uitgevonden zodat het paard niet naar links, niet naar rechts en ook niet achteruit kan vluchten door bv een longeertouw rond het paard te spannen, vastgemaakt aan de trailer.

Het paard kan maar enkele kanten op:

omhoog (steigeren),
in de trailer (en daar vervolgens er uit willen, niet kunnen, paniek verhoogt, paard wilt nog meer vluchten), of
weg van de trailer en daarbij alle begeleiders in de buurt even omver lopen.

Het paard zal vanaf dan bevestigt zijn in zijn denken: trailers zijn eng.

Het paard had al schrik van de trailer, en we hebben het alleen maar erger gemaakt door het paard in alle fases te blijven forceren om die trailer in te gaan. Paard dat voorheen pas op de laadklep onrustig werd, zal al onrustig worden voor de laadklep. En zonder goede training en oefening gaat het vanaf dan slechter en slechter, ontwikkelt het paard nog meer angst en moet je nadien veel meer tijd en werk in je trailerlaadtraining steken dan dat je eerst had moeten doen, door even een half uurtje te oefenen.

Een andere natuurlijke hindernis is de smalle doorgang waar het paard door moet. Als we naar de natuurlijke habitat van het paard kijken zien we paarden in open vlakte leven, beschut met struikgewas. Paarden zullen nooit door een smalle doorgang stappen als deze gang doodloopt. Zolang ze verder kunnen lopen en niet terug hoeven langs dezelfde weg, zullen paarden wel door een vrij smalle doorgang stappen. Zeker als de 'wanden' links en rechts van de romp van het paard niet te hoog zijn waardoor het paard nog met het hoofd links of rechts achter zich kan draaien.

Maar een paard zal nooit door een smalle doorgang stappen als er op het einde een dood einde is en de doorgang te smal is om zich daar om te draaien.

En dat is nou net wat een trailer doet: het paard moet vooruit door de smalle stand en op het einde kan het zich niet draaien en kan het ook niet vooruit weg. Vandaar dat een trailer met vooruitafloop voor paarden die moeilijk achteruit kunnen stappen een dankbare oplossing is.

Paarden zullen in de vrije natuur dus niet in zo'n smalle doorgang gaan, ook omdat ze het fysiek moeilijk mee hebben om achterwaarts te stappen. Paarden die van richting veranderen, draaien zich gewoon om en stappen verder. Ze gaan niet achterwaarts stappen. Dat is ook een belangrijke reden dat paarden moeilijk voorwaarts de trailer op stappen, omdat ze niet weten, of het niet geleerd hebben, of niet kunnen of durven om achterwaarts te stappen.

We moeten er dus rekening mee houden dat paarden die hindernissen nu eenmaal mee dragen, of we dat nu leuk vinden of niet, we zullen er moeten mee leren omgaan, we zullen het normaal natuurlijk gedrag van paarden moeten kunnen manipuleren zodat de paarden ook leren omgaan met die verandering in hun leven rond de trailer.

Paarden zien ook anders dan mensen.

Het is heel belangrijk om je daar bewust van te zijn.

Iedereen heeft wel zijn of haar idee over hoe paarden zien. Ik hoor de meest uiteenlopende antwoorden op de vraag “hoe ziet een paard”, gaande over:

Paarden zien beter dan mensen, paarden zien slechter, paarden kunnen bijna 360 graden zien, paarden zien niet scherp, paarden zijn kleurenblind, paarden zien alles is zwart wit, paarden kunnen alleen in de verte zien, enzovoort.

Mensen baseren de omgang en verwachtingen van hun paard op deze subjectieve veronderstellingen en gaan dus hier vaak in de fout.

Ruiters die er van uitgaan dat paarden beter zien dan mensen in het donker, gaan er bij het vallen van de avond en dus bij schemering van uit dat hun paard perfect de hindernis moet kunnen springen en het paard gestraft moet worden als het toch de hindernis weigert te springen of een balk raakt met de achterbenen. In werkelijkheid ziet een paard iets beter in het donker (maar niet zo veel beter hoor!) maar het paardenoog kan zich moeilijker snel aanpassen aan lichtverandering dan het mensenoog.

Als mensen in een donkere kamer gaan duurt het enkele seconden vooraleer hun ogen aangepast zijn aan de nieuwe situatie. Voor paarden duurt dat enkele minuten. Als een verlichtingspaal in de piste bijvoorbeeld even in de ogen van een paard schijnt duurt het even vooraleer het paardenoog zich heeft aangepast. Gedurende die tijd dat het paardenoog nodig heeft om zich aan te passen vraagt de ruiter aan het paard om een hindernis te springen. Het paard ziet de hindernis onvoldoende, twijfelt en weigert te springen of ziet de hindernis slecht en neemt een balk mee. het paard wordt gestraft door de ruiter die een tik op de achterhand geeft van het paard en daagt het paard uit op om opnieuw de hindernis te nemen. Vlak voor de hindernis geeft de springruiter het paard nog een “aanmoedigende” tik op de achterhand en het paard springt, feilloos. De ruiter is er van overtuigd dat het paard weigerde uit “geen zin hebben” en wel sprong omdat de ruiter even toonde “wie de baas is” maar in werkelijkheid was het paardenoog op dat moment reeds aangepast aan de verandering van de lichtsterkte waardoor het paard de hindernis wel nam.

De merkwaardigste eigenschap van het paardenoog is zijn grootte. Het is tweemaal zo groot als het menselijke oog. Het is een van de grootste ogen in het dierenrijk. Het paardenoog bezit een sterk lichtgevoelige laag, dit is een laag dat het licht weerkaatst op het netvlies. Dat maakt dat het paard in schemerduister veel beter kan zien dan de mens en dat is ook de oorzaak dat het paardenoog, net als dat van een kat, in het donker glanst. Deze 2 eigenschappen tezamen, de grote ogen met lichtweerkaatsend laagje, leiden tot de onontkoombare conclusie dat het paard een nachtdier moet zijn.

Maar wij zijn geneigd om het huisdierpaard als dagdieren te beschouwen. Het feit dat het paard van nature een nachtdier is wil niet zeggen dat het overdag niet actief zou zijn. Juist bij dag is het nog actiever, het is in wezen zowel een dag- als een nachtdier. (Morris, 1990, p. 33)

Het gezichtsveld van een paard is heel anders dan dat van de mens. Bij prooidieren, zoals paarden, zitten de ogen aan de zijkant van het hoofd om ze een veel breder gezichtsveld te verkrijgen. Het paard ziet minder details dan wij en heeft moeite met dieptezicht, maar het ziet veel sneller en kleine bewegingen. Ondanks dit sterk eenzijdige gezichtsvermogen is het paard in staat driedimensionaal te zien, namelijk wanneer het zijn blik recht naar voren richt.

Vooraan ziet het paard met 2 ogen (net als de mens) en links en rechts ziet het paard met één oog met een groothoek-effect (breed en ver).

De hersenen verwerken waarschijnlijk meerdere beelden tegelijkertijd. (Middel & Coverdale, 2000, p. 25)

We zien dat het paard 2 blinde ruimtes heeft. De ene dode hoek bevindt zich vlak voor het paard en de andere vlak achter hem. Vandaar dat paarden kunnen schrikken van een hand die nadert van onder de neus of van achter de oren. Daarom is het ook van groot belang het paard niet van achteren te benaderen, ook niet wanneer het een paard betreft dat gewend is aan de mens. Het kan zich namelijk plotseling realiseren dat er iets vlakbij is en wanneer een onzichtbare hand het dan een klopje op de achterhand geeft kan het erg schrikken. (Morris, 1990, p. 34)

Als het paard iets waarneemt in het linkeroog zou het paard kunnen schrikken als het object plots in het rechteroog verschijnt. De ogen geven de signalen lateraal (dus niet gekruist zoals bij ons) aan de hersenen door. Wat er aan de ene kant gebeurt wordt apart verwerkt in de hersenen van wat er aan de andere kant gebeurt. Vandaar dat het zo belangrijk is om alle handelingen bij een paard zowel recht als links te verrichten, voor hem zijn het weer nieuwe handelingen. (Middel et al., 2000, p. 25)

Iets dat waargenomen wordt met het ene oog en plots in het andere oogveld komt, dar kan het paard van schrikken. Een oefening om het paard te leren dat dit niets is om angstig over te zijn, dat het gewoon gebeurt, dingen die zich verplaatsen, zonder dat de vijandig zijn, bestaat er een leuke oefening. Je hebt een leidtouw en een halster nodig (en een paard uiteraard). Je hangt het leidtouw aan de rechterkant van het halster en jij zelf staat aan de linkerkant van het paard. Het leidtouw leg je rond de achterhand van het paard, tegen de rechterflank van het paard. Jijzelf blijft aan de linkerzijde van het paard staan of gaat opnieuw daar staan als je ondertussen even van je plaats bent gegaan om het touw rond de achterhand te leggen. Je staat dus links van het paard, het leidtouw gaat van de rechterzijde van het paard naar de achterhand, gaat achter de achterhand naar de linkerzijde van het paard en daar sta jij dan. Jij houdt het leidtouw op het einde vast. Als je paard “wijken voor druk” kent is dit een makkelijke oefening: jij geeft lichte druk op het einde van het touw. Die druk neemt het paard waar langs de achterhand, en de zijkant van het halster. Om van de druk af te geraken zal het paard niet alleen de hals draaien naar rechts maar ook de achterhand naar links uitzwaaien. Het paard maakt dan als het ware een kering langs de achterhand. Het belangrijkste hierbij is dat je paard jou eerst in het linkeroog zag en door te draaien jij plots in het rechteroog gezien wordt. Herhaal deze oefening af en toe als je grondwerk doet.

Hoewel paarden een goede waarneming hebben op afstand en dingen kunnen zien die wij niet zien, raken zij nerveus van te veel beweging (wind). Het paardenoog kan zijn focus niet variëren van een voorwerp dichtbij naar een voorwerp veraf. Het paard kan alleen focussen door zijn hoofd omhoog of omlaag te bewegen. (Mary, 2000, p. 10) Om te kunnen zien waar zij hun voeten neerzetten moeten zij dus hun hoofd naar beneden brengen.


Wat we vaak fout doen en wat we zouden moeten doen om de paarden te helpen bij het trailerladen lees je hier.